Paragrafen

Weerstandsvermogen

Artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht overheden tot een risicomanagementbeleid waarin de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit een rol spelen. De beschikbare weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. De belangrijkste bron voor beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve.
Eerder is er een bestemmingsreserve Weerstandsvermogen ingesteld door uw raad. Een van de belangrijkste redenen was om het bedrag ter dekking van de weerstandscapaciteit in deze bestemmingsreserve "veilig" te stellen nu de Algemene Reserve toentertijd richting nul ging. Inmiddels is de Algemene Reserve weer bestendiger en wordt in deze begroting de bestemmingsreserve opgeheven en wordt het geld in deze bestemmingsreserve gestort in de Algemene Reserve.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door het resterend risico. Dat is het risico waaraan de gemeente na het treffen van beheersmaatregelen nog is blootgesteld en dat redelijkerwijs niet in de programmabegrotingen kan worden opgevangen.
Voor het resterend risico moet binnen de gemeentebegroting dekking aanwezig zijn.
De hoogte van de dekking komt tot uiting in het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen:

  • De beschikbare weerstandscapaciteit waarmee de financiële gevolgen van resterende risico’s op het jaarrekeningresultaat gedekt kunnen worden;
  • De benodigde weerstandscapaciteit voor resterende risico’s waarvoor dekking niet meer redelijkerwijs binnen de programmabegroting is op te nemen.

Op grond van het risicomanagementbeleid moet de Algemene Reserve voldoende zijn om negatieve jaarrekeningresultaten als gevolg van resterende risico’s te dekken.

Deze pagina is gebouwd op 02/13/2024 14:13:12 met de export van 02/13/2024 14:01:16